DEMEYER
DESIGN
In het tweede semester staan de inzichten van John Ruskin over de gotische architectuur in the Stones of Venice centraal. We hebben dan ook een centrale onderzoeksvraag meegekregen die wij moeten verwerken naar een eigen onderzoeksvraag gaande over onze inzichten binnen het thema ornament. De onderzoeksvraag luidt als volgt: Op welke manier zijn de zes building en builders characteristics of gothic van John Ruskin inzetbaar om naar ornament te kijken?
We schreven in het eerste semester als startpunt een visual essay, deze moeten we nu in het tweede semester omvormen en uitbreiden naar een thesis. Mijn onderzoeksvraag voor het visual essay luidde als volgt: Aan de hand van welke 5 kernkarakteristieken kan het modernisme worden begrepen als een bouw-en ontwerpcultuur, en hoe manifesteert ornament zich expliciet of impliciet binnen deze karakteristieken. De commentaar hierop was dat het modernisme moeilijk te vatten was in een paar begrippen en dat modernisme beschrijven als een geheel niet kan. Als tweede werd er gezegd dat dit niet focuste op ornament maar op modernisme als stijl.
Hierdoor heb ik besloten om in het tweede semester en dus voor mijn masterproef te werken omtrent kleur en ornament. Uit dit onderzoek heb ik gehaald dat kleur binnen het modernisme vaak beschreven wordt als ornament. In het boek The color of modernism van Deborah Asher beschrijft ze hoe kleur inzetbaar was in het modernisme als ornament en beschrijft ze de verschillende perspectieven als ook theorieën over kleur.
Mijn wens is om een stijl stroming te creëren die vertrekt vanuit het modernisme om zo het ornament terug in ons huidige ontwerpcultuur te betrekken. Ik wil hiervoor kijken naar theorieën omtrent kleur ontstaan in de begin twintigste eeuw in de architectuur maar ook in de schilderkunst. Mijn bevinding is dat we in onze huidige interieurarchitecten cultuur kleur vlak toepassen, als accent, zonder enige gedachte voor theorie of ornament. We zijn in mijn opinie dus iets verloren. De inzichten die ik haal uit het antwoord op mijn onderzoeksvraag moeten geplaatst worden en vertaald naar een ontwerp in een diorama.
An ornamented Gaze, John ruskin en het modernisme
Vraagstelling
In de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw voltrok zich een fundamentele verschuiving in de architectuur- en ontwerpcultuur. Waar het gotische bouwen, zoals geanalyseerd door John Ruskin in The Stones of Venice, ornament beschouwde als een intrinsieke expressie van arbeid, materialiteit en spirituele betekenis, leek het vroege modernisme zich expliciet te distantiëren van deze historische vormentaal. De overgang naar het modernisme wordt vaak beschreven als een breukmoment waarin ornament verdween ten voordele van abstractie en functionalisme. Toch betekent deze breuk niet noodzakelijk het verdwijnen van ornament, maar eerder een transformatie van zijn verschijningsvorm.
Zoals Deborah Asher uiteenzet in The Color of Modernism, berust het dominante beeld van het modernisme als wit, steriel en ornamentloos op een historische reductie, voortkomende uit onder meer de zwart-wit fotografie. In het begin van de twintigste eeuw ontwikkelden zich uiteenlopende kleurtheorieën binnen onder meer het Duitse modernisme, waarin kleur kan worden begrepen als een gemedieerde vorm van ornament. Minder tactiel en figuratief dan het gotische ornament, maar niet minder intentioneel. Waar het gotische ornament reliëf en materialiteit inzet om betekenis te genereren, werkt kleur binnen het modernisme via perceptie, ritme, contrast en psychologische werking. Waardoor het zich heeft geïntegreerd in het architecturale denken zelf.
Deze vaststelling roept de centrale vraag op: Op welke manier kan kleur, begrepen vanuit vroeg twintigste-eeuwse kleurtheorieën, worden gelezen en ingezet als een hedendaagse vertaling van ornament binnen de modernistische architectuur? De bijbehorende subvraag: Kunnen de inzichten ontstaan, in de modernistische schilderkunst, nieuwe concepten van kleur, perceptie en compositie,ingezet worden als ornamentele logica en vertaald naar architecturale toepassingen? verdiept het onderzoek. Samen bieden beide vragen een kader om historische kleurtheorieën te verbinden met hedendaagse ontwerpprocessen die kunnen leiden tot de creatie van een ruimtelijk diorama waarin kleur opnieuw als ornament functioneert.
Door Ruskins zes karakteristieken van de gotiek niet letterlijk, maar conceptueel te herlezen als categorieën van expressiviteit, onvolmaaktheid, variatie en materialiteit, wordt onderzocht of kleur binnen het modernisme een vergelijkbare culturele en ethische lading draagt. Deze benadering verschuift de focus van modernisme als stijl naar modernisme als ontwerpcultuur, waarin kleur fungeert als structurele drager van betekenis.
Binnen de hedendaagse interieurarchitectuur wordt kleur vaak vlak en accent matig toegepast, los van een theoretisch of ruimtelijk kader. Deze reductie suggereert een verlies aan betekenisvolle ornamentiek. Dit onderzoek vertrekt vanuit de hypothese dat een herwaardering van vroeg modernistische kleurtheorieën een alternatief kan bieden en een ontwerpcultuur kan oprichten waarin kleur opnieuw structureel, relationeel en ornamenteel wordt ingezet.
Op welke manier kan kleur, begrepen vanuit vroeg twintigste-eeuwse kleurtheorieën, worden gelezen en ingezet als een hedendaagse vertaling van ornament binnen de modernistische architectuur?
Methodiek
Dit onderzoek wordt uitgevoerd vanuit een ontwerp onderzoeksperspectief, waarin theorie, perceptie en praktijk elkaar wederzijds informeren. Het uitgangspunt is dat kleur binnen modernistische architectuur niet louter een vlak element is, maar kan functioneren als een structureel en ornamenteel instrument.
De eerste fase omvat literatuur- en bronnenonderzoek. Hierbij worden vroeg twintigste-eeuwse kleurtheorieën onderzocht in de context van modernistische architectuur en ontwerppraktijk, met bijzondere aandacht voor de analyse van Deborah Asher in The Color of Modernism. Daarnaast worden architecturale projecten en theoretische teksten bestudeerd om kleur als medium van betekenisproductie te begrijpen. Deze fase plaatst het modernisme niet als een uniforme stijl, maar als een ontwerpcultuur, waarin kleur systematisch en conceptueel werd ingezet.
Parallel hieraan wordt de modernistische schilderkunst onderzocht als experimenteel laboratorium voor kleur. Composities, kleurgebruik en perceptuele effecten in schilderkunst uit dezelfde periode worden geanalyseerd om te begrijpen hoe kleur functioneert als ritmisch, expressief en conceptueel element. Dit vormt de theoretische basis voor de architecturale toepassing van kleur.
Het ontwerponderzoek vormt de kern van deze thesis. In een iteratief proces van schetsen, prototyping en modelleren wordt een diorama ontwikkeld waarin kleur als ornament, vertrekkende vanuit het modernisme, wordt getest. Ervaringen uit het diorama genereren nieuwe vragen en reflecties. Hierin worden de zes karakteristieken van gotisch ornament volgens John Ruskin conceptueel herlezen en toegepast op kleur. Variatie, expressiviteit, materialiteit en andere principes dienen als ontwerpparameters. Documentatie vindt plaats via schetsen en digitale visualisaties verzameld in mijn thesaurus.
Het resultaat vormt zowel een theoretische bijdrage aan het begrip van modernistische ontwerpcultuur als een ontwerpmatig experiment dat laat zien hoe kleur een actieve, betekenisvolle rol kan vervullen binnen interieurarchitectuur, passend bij het kader van An Ornamented Gaze.
Literatuur- en bronnenonderzoek